Langer én tevreden thuis in een woonservicegebied

Interview met prof. George de Kam, emeritus hoogleraar Volkshuisvesting en grondmarkt

Voor ouderen zit weinig tussen zo lang mogelijk zelfstandig wonen en het verpleeghuis. Dat gat moet gevuld. “Er zijn wel nieuwe woonvormen ontwikkeld, maar voor te weinig mensen. De kans dat kwetsbare ouderen thuis verpieteren is groter geworden.” Prof. George de Kam (1948), emeritus hoogleraar Volkshuisvesting en grondmarkt, pleit voor het woonservicegebied.

Woonservicegebieden zijn buurten, wijken of dorpen waar wonen, welzijn en zorg aan elkaar zijn gekoppeld. Een wijk-, buurt- of gezondheidscentrum is vaak de spil. Idealiter zijn voorzieningen als winkels en openbaar vervoer dichtbij huis.

Platform31 en onderzoekers van onder meer de Radboud Universiteit doen sinds 2012 onder leiding van George de Kam en in samenwerking met het Planbureau voor de Leefomgeving, onderzoek in tien woonservicegebieden in Nederland. Dit jaar peilde De Kam, met het uitgebreide beginonderzoek van 2012 als nulpunt, wat de succesfactoren zijn voor het slagen van woonservicegebieden. “Waarbij het mij niet gaat om nóg langer zelfstandig wonen – die grens is bereikt – maar om béter.”

Samenwerking is het cement
De belangrijkste voorwaarden om een woonservicegebied te laten slagen zijn ten eerste de beschikbaarheid van woningvoorraad, en in hoeverre een woning aanpasbaar is. Woningcorporaties hebben daarbij meer mogelijkheden om wat er al is om te bouwen tot geschikte woningen voor ouderen dan particuliere huiseigenaren. 

Ten tweede: mensen die elkaar weten te vinden. De Kam: “Het succes van een woonservicegebied hangt vooral van personen af, zoals de enthousiaste wethouder die vastgoedmanager A en middenstander B meeneemt. Soms lopen goede initiatieven dood als zo’n wethouder weggaat, soms lopen ze soepel door.”

Nood is  hoog
In 2012 waren er meer dan 100 woonservicegebieden of soortgelijke woonconstructies. Volgens De Kam zijn ze nu nóg harder nodig. Ten eerste omdat Nederlanders met zovelen zo oud worden, ten tweede omdat er minder geld is en minder professionals zijn, en ten derde vanwege de vaak ingewikkelde overgang van de gemeentelijke Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en de Wlz (Wet langdurige zorg) van de Rijksoverheid Hier krijgen veel thuiswonende ouderen mee te maken. De Kam: “De partijen eromheen zouden het zo moeten regelen dat ouderen daar zo min mogelijk van merken. Dat zou goed kunnen in een soepel draaiend woonservicegebied.”

5 Tips voor gemeenten
Om woonservicegebieden tot bloei te laten komen, moeten gemeenten het voortouw nemen. Vijf starttips van prof. George de Kam, emeritus hoogleraar Volkshuisvesting en grondmarkt van de Universiteit Groningen.

  1. “Begin met je ouderen te leren kennen! Voer open gesprekken, ga in op wat ze graag willen. Daar is echt nog veel te winnen. Ouderen willen ook elkaar ondersteunen. In sommige gemeenten wordt elke 75-jarige bezocht door een vrijwilliger; dat is een mooie kans.”
  2. “Geef veel aandacht aan welzijnswerk, maar betrek ook de middenstand, sportverenigingen en andere organisaties in de buurt.”
  3. “Ga na welke (zorg)professionals al in de beoogde buurt werken – én of ze elkaar al kennen.”
  4. “Besteed slim aan: let er donders goed op dat een aanbieder van bijvoorbeeld thuiszorg écht gebruik maakt van het netwerk wat er al is.”
  5. “Vlecht de participatiewet in, zoek de mensen die terug de arbeidsmarkt op willen, ga serieus om met je vrijwilligers, faciliteer ze goed.”

Bron: Platform 31